Categorie: Nieuws

Op deze pagina vindt u alle nieuwsberichten van Huisartspraktijk Neeteson in chronologische volgorde.

De B12-vraag

De B12-vraag

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

Waar komt dat ‘tekort’ toch vandaan? Onderzoeksjournalistiek 14-12-2020 Lara Harmans

Sinds 2005 is het aantal mensen dat zich met een vitamine B12-tekort bij de huisarts meldt, snel gegroeid. Net als het aantal patiënten dat injecties eist. Precies wat websites als die van de Stichting B12-tekort bepleiten. Gespecialiseerde klinieken spinnen er garen bij.

Het meisje zat al in een rolstoel, maar dankzij de injecties die hij haar gaf was het steeds beter gegaan met haar en een halfjaar nadat hij de behandelingen was begonnen, kon ze weer lopen. Met deze anekdote was Hajo Auwerda najaar 2019 een opvallende spreker op het congres Praktische Huisartsgeneeskunde in Houten. Zijn publiek, een tiental huisartsen die hadden gehoopt iets bij te leren over vitamine B12, wist duidelijk niet goed wat ze met het Messias-achtige verhaal aan moest.

Hajo Auwerda is internist-hematoloog en begon in 2016 in Amsterdam de B12 Kliniek. Daarnaast was hij betrokken bij de oprichting van het B12 Institute in Rotterdam, dat eerder in 2016 zijn deuren opende. De centra lijken te voorzien in een behoefte. Direct bij aanvang hadden ze een forse wachtlijst en al is die inmiddels geslonken, er melden zich nog altijd meer gegadigden aan dan de behandelaars kunnen behappen.

Dit ondanks het feit dat patiënten een behandeling geregeld zelf moeten betalen, want huisartsen geven lang niet altijd de doorverwijzing die nodig is voor vergoeding van de behandeling bij zo’n ‘zelfstandig behandelcentrum’. En zelfs als ze die doorverwijzing wel krijgen, weigert Zilveren Kruis te betalen voor de zorg die de B12 Kliniek levert – de verzekeraar acht die namelijk niet wetenschappelijk onderbouwd. Dan lopen de kosten voor de patiënt snel op, want het behandeltraject kan lang duren. ‘Je moet voor een vitamine B12-tekort echt de tijd nemen, net als voor schildklierproblemen,’ stelt Auwerda. ‘Vaak kan de zorg na 1-1,5 jaar wel weer overgedragen worden aan de huisarts, tenzij de huisarts dat weigert.’

Subjectief en atypisch

Het vitamine B12-tekort is ‘hot’, zoveel maakt de bloei van de beide centra én van Auwerda’s optreden op het huisartsencongres wel duidelijk. Sinds begin deze eeuw is het aantal mensen dat zich met een vermeend vitamine B12-tekort bij de huisarts meldt fors toegenomen, net als het aantal doorverwijzingen voor diagnostiek. In de periode 2009-2012 zag het diagnostisch centrum Saltro bijvoorbeeld een toename van ruim 150% in het aantal laboratoriumaanvragen aangaande vitamine B12. Voor het NHG was die snelle groei in 2014 aanleiding om het standpunt ‘ Diagnostiek van vitamine B12-deficiëntie ’ te publiceren.1 De eerste zin luidde: ‘Er bestaat geen test waarmee vitamine B12-tekort als oorzaak van klachten met zekerheid kan worden aangetoond of uitgesloten.’

Een van de auteurs van dit standpunt was Tjerk Wiersma, huisarts en senior wetenschappelijk medewerker bij het NHG. Hij betwijfelt of het standpunt de huisartsen sindsdien echt heeft geholpen. ‘Ik denk dat ze nog altijd veel last hebben van patiënten met subjectieve en atypisch klachten die menen dat ze een vitamine B12-tekort hebben, zelfs als hun bloedwaarden niet afwijkend zijn.’ Zulke patiënten kunnen behoorlijk dwingend zijn, weet hij. ‘Ik hoorde laatst over een patiënte die min of meer eiste dat zij niet eens in de 3 weken, maar wekelijks een vitamine B12-injectie zou krijgen. Ze liet haar huisarts weten dat het, als de frequentie niet omhoogging, zijn schuld zou zijn als zij in een rolstoel belandde.’

Alleen al het feit dat de patiënte over wie Wiersma hoorde injecties in plaats van pillen krijgt, is veelzeggend. In principe wordt een vitamine B12-tekort behandeld met tabletten.2 Injecties zijn alleen in uitzonderlijke gevallen geïndiceerd, bijvoorbeeld bij patiënten met ernstige anemie of ernstige neurologische klachten.3 Uit onderzoek blijkt dat ze vergelijkbare effecten hebben als orale suppletie wat betreft klinische uitkomsten en normalisering van de serumconcentratie van vitamine B12.4,5 Toch laat een peiling van Zorginstituut Nederland zien dat het aantal patiënten dat injecties krijgt, in de periode 2002-2019 met bijna 145% is toegenomen, van zo’n 80.000 naar circa 200.000 patiënten (zie figuur 1).

Figuur 1

Aantal patiënten dat behandeld wordt met intramusculaire injecties met hydroxocobalamine neemt toe

Dokter Google

Dat zijn cijfers die doen vermoeden dat een tekort aan vitamine B12 een groeiend probleem is. Maar hoeveel procent van de Nederlanders heeft nu werkelijk een tekort? Volgens de criteria van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC) gaat het onder de mensen van 20-39 jaar om nog geen 3% (zie kader NVKC-criteria). De prevalentie neemt wel toe met de leeftijd; van de 70-plussers heeft meer dan 10% een tekort. Dit komt mogelijk doordat ouderen vaak onvoldoende maagzuur aanmaken om vitamine B12 succesvol van voedingseiwitten los te koppelen (zie infokader). Ook lijken de absolute cijfers te stijgen; uit onderzoek van onderzoeksinstituut Nivel onder huisartsenpraktijken blijkt dat het aantal patiënten met een anemie door een vitamine B11- of B12-tekort (ICPC-code B81) is toegenomen van 4,8 per 1000 personen in 2011 naar 8 per 1000 personen in 2019 (zie figuur 2).

Figuur 2

Aantal patiënten met een anemie door vitamine B11- of B12-tekort neemt toe

Maar zelfs dan lijkt er nog geen sprake te zijn van een groot probleem. Wat veroorzaakt dan die groeiende vraag naar B12-bepalingen bij de huisarts? Mogelijk speelt ‘ dokter Google ’ daar een grote rol in; die stuurt mensen met aspecifieke, algemene klachten als vermoeidheid of duizeligheid al snel in de richting van een vitamine B12-tekort. ‘Zo’n concrete oorzaak van een vage klacht is voor de patiënt natuurlijk een heel aantrekkelijk narratief,’ constateert huisarts Tibor Poelmann.

Ook Wiersma kent internet een grote rol toe in de groeiende vraag. ‘Op sites als die van Stichting B12 Tekort staat dat er ook sprake kan zijn van een vitamine B12-tekort als de bloedwaarden niet afwijkend zijn. Ze maken echter niet duidelijk dat dit niet veel voorkomt. Dat maakt dat veel mensen met aspecifieke klachten ook na een normale uitslag blijven denken dat ze tóch een vitamine B12-tekort hebben.’

Ook de stijgende – en vaak dwingende – vraag naar injecties schrijft Wiersma deels toe aan de invloed van sites. Daar wordt gepropageerd dat intramusculaire injecties met hydroxocobalamine beter uitpakken dan orale suppletie. ‘Aan die injecties zit natuurlijk ook iets magisch,’ zegt hij; ‘de injectievloeistof lijkt rechtstreeks in de bloedvaten geïnjecteerd te worden en heeft ook nog eens dezelfde kleur als bloed.’ Het is vaker beschreven dat injecties een sterker placebo-effect teweegbrengen dan tabletten, bijvoorbeeld bij artrose van de knie of migraine.

Tussen de oren

Een van de eerste sites die het Nederlandse publiek bekend maakte met vitamine B12-deficiëntie is de website over pernicieuze anemie die Hindrik de Jong in 2001 begon. Petra Visser was al snel een geregelde bezoekster van de site. ‘Voordat bij mij pernicieuze anemie werd vastgesteld, had ik er nog nooit van gehoord. Een vitamine B12-tekort was toen niet algemeen bekend’, vertelt ze. Dat zag ze terug op de site: ‘Je las er steeds hetzelfde verhaal, van mensen die al jaren van het kastje naar de muur werden gestuurd met klachten die “tussen hun oren” zouden zitten. Waarom werd de diagnose “vitamine B12-tekort” steeds gemist? We zijn ons erin gaan verdiepen en hebben in 2005 de stichting Stichting B12 Tekort opgericht.’

Haar inspanningen om meer bekendheid te geven aan het vitamine B12-tekort sloegen aan; Visser zag een enorme toename van het aantal mensen dat meende een vitamine B12-tekort te hebben. Ook Tjerk Wiersma van het NHG herinnert zich dat huisartsen vanaf 2005 steeds meer vragen over vitamine B12 begonnen te stellen.

Een Google Trends-analyse van de zoekterm ‘vitamine B12-tekort’ laat vooral vanaf 2009 een stijging zien in zoekinteresse (figuur 3). Visser herinnert zich dat rond 2010 het woord ‘hype’ voor het eerst viel. ‘Maar ik heb het liever over de bekendheid van het vitamine B12-tekort.’

Figuur 3

Nederlanders interesseren zich steeds meer in vitamine B12-tekort
Google Trends-analyse van de zoekterm ‘vitamine B12-tekort’ in Nederland. De cijfers geven de interesse aan ten opzichte van de hoogste waarde (100) in de grafiek. Een waarde van 50 betekent dat de zoekterm op dat moment half zo populair is.

Het aantal bezoekers van de website van Stichting B12 Tekort is nog verder toegenomen sinds Visser de teksten deels naar het Engels heeft vertaald. ‘We zitten nu op zo’n 700.000 bezoekers per maand.’ Inmiddels is de Stichting gestopt mails van bezoekers te beantwoorden, want daar hadden ze echt een dagtaak aan. ‘Ik denk dat ik inmiddels zo’n 200.000 vragen heb beantwoord. De onderlinge support is in de laatste 6-7 jaar gelukkig ook deels overgenomen door onze Facebook-groep.’

1000 eieren per dag

Dat een paar jaar geleden de B12 Kliniek en het B12 Institute werden opgericht, juichte Vissers Stichting B12 Tekort alleen maar toe. ‘Helaas worden niet alle patiënten naar een B12-kliniek verwezen, omdat de huisarts er niet altijd het nut van inziet.’

Wiersma is het volledig eens met die niet-doorverwijzende huisartsen. ‘Mensen hebben vaak al orale suppletie gehad en vaak is de vitamine B12-concentratie al behoorlijk hoog,’ licht hij toe. ‘Dan is een tekort niet meer goed aan te tonen of uit te sluiten.’

Toch heeft Hajo Auwerda niet te klagen over klandizie. Hij vertelt dat hij in zijn B12 Kliniek patiënten van alle leeftijden ziet. Wat opvalt, is dat 80-85% vrouw is: iets wat volgens hem in de literatuur niet is beschreven. Zijn hypothese is dat dat komt doordat vrouwen menstrueren. ‘Voor de aanmaak van bloed is naast ijzer namelijk ook vitamine B12 nodig.’

Auwerda vindt het niet erg dat vitamine B12 een hype wordt genoemd. ‘Het is goed dat men sceptisch is. Het gaat mij erom dat heel veel patiënten gebaat zijn bij een goede behandeling.’ Wat een behandeltraject in zijn kliniek vooral onderscheidt van dat bij de huisarts, is dat hij geen tabletten maar injecties geeft. Naar zijn zeggen functioneren zijn patiënten niet goed op vitamine B12-tabletten. ‘We beginnen vaak met 1 of 2 injecties per week. Na een paar weken kijken we hoe de patiënt daarop heeft gereageerd en maken we een vervolgplan. Soms functioneren patiënten met aanvankelijk een extreem lage vitamine B12-concentratie alleen goed wanneer zij dagelijks een injectie krijgen.’ Een snelle berekening leert dat een dagelijkse vitamine B12-injectie gelijk staat aan het nuttigen van ruim 1000 eieren of bijna 60 kg biefstuk per dag. Maar volgens Auwerda wijst de literatuur uit dat er geen risico is op overdosering of intoxicatie.

Voor consulten in de B12-centra gelden dezelfde DBC-tarieven als voor consulten in reguliere ziekenhuizen. Met een verwijzing op zak worden deze behandeltrajecten door de meeste zorgverzekeraars vergoed. Maar zonder verwijzing moeten patiënten alles uit eigen zak betalen. En zoals gezegd: het behandeltraject kan lang duren.

Het NHG stelt dat het niet mogelijk is te achterhalen of een vastgesteld vitamine B12-tekort bepaalde klachten veroorzaakt. Auwerda stelt daar tegenover dat een mens geen laboratoriumwaarde is. ‘Niet iedereen valt binnen de grenzen van een richtlijn.’ Volgens een review uit 2012 verbetert vitamine B12-suppletie de cognitie van patiënten zonder vastgestelde deficiëntie niet,10 maar, zegt Auwerda: ‘Bij veel patiënten líjkt de vitamine B12-concentratie goed, maar dat komt alleen doordat ze al een vorm van behandeling hebben gehad. Je kunt de vitamine B12-concentratie pas betrouwbaar meten wanneer iemand 6 maanden geen suppletie heeft gehad.’

Auwerda geeft toe dat ook mensen zonder vitamine B12-tekort zijn kliniek bezoeken. ‘Als zij per se een behandeling willen, geef ik tijdens het eerste consult aan dat we het vitamine B12-hoofdstuk afsluiten wanneer de proefbehandeling niet werkt. Vaak hebben deze patiënten al een flink aantal specialisten gezien – daarbij vallen de kosten bij ons in het niet. En als 85% van je patiënten opknapt, wat doe je dan fout wanneer de patiënt weet dat er twijfels zijn over de behandeling?’

Dat is anno 2020 een opmerkelijke redenering. Het placebo-effect blijft een krachtig wapen. Dat de effectiviteit bij veel van die 85% nooit in gedegen onderzoek is aangetoond, rechtvaardigt wel de grote scepsis in de reguliere geneeskunde over de blijkbaar voortdurende hype van vitamine B12.

Literatuur

  1. NHG-Standpunt Diagnostiek van vitamine-B12-deficiёntie . Utrecht: NHG; 2014.
  2. Farmacotherapeutisch Kompas. Cyanocobalamine (vitamine B12). www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/c/cyanocobalamine__vitamine_b12_ , geraadpleegd op september 2020.
  3. Farrmacotherapeutisch Kompas. Hydroxocobalamine. www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/h/hydroxocobalamine__vitamine_b12_ , geraadpleegd op september 2020.
  4. Duyvendak M, Veldhuis GJ. Vitamine B12-suppletie liever oraal dan parenteraal . Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B485.
  5. Wang H, Li L, Qin LL, Song Y, Vidal-Alaball J, Liu TH. Oral vitamin B12 versus intramuscular vitamin B12 for vitamin B12 deficiency. Cochrane Database Syst Rev. 2018:15;3:CD004655. doi:10.1002/14651858.CD004655.pub3 . Medline
  6. Laboratoriumdiagnostiek vitamine B12-deficiëntie (LESA) . Utrecht: NHG; 2018.
  7. Helwig A, Smulders Y. Toxiciteit van vitaminesupplementen . Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D4762.
  8. Flores-Guerrero JL, Minovic I, Groothof D, et al. Association of plasma concentration of vitamin B12 with all-cause mortality in the general population in the Netherlands. JAMA Netw Open. 2020;3:e1919274. doi:10.1001/jamanetworkopen.2019.19274 . Medline
  9. Wolffenbuttel BHR, Heiner-Fokkema MR, Green R, Gans ROB. Relationship between serum B12 concentrations and mortality: experience in NHANES. BMC Med. 2020;18:307. doi:10.1186/s12916-020-01771-y . Medline
  10. Moore E, Mander A, Ames D, Carne R, Sanders K, Watters D. Cognitive impairment and vitamin B12: a review. International Psychogeriatrics. 2012;24:541-56. doi:10.1017/S1041610211002511 . Medline
RS-virus bij baby’s: waar let je op?

RS-virus bij baby’s: waar let je op?

De R zit in de maand en dat betekent niet alleen dat het griepseizoen is aangebroken. Ook het RS-virus laait in deze tijd van het jaar weer op. Het RS-virus is een verkoudheidsvirus dat tot ernstige verschijnselen kan leiden bij baby’s. Waar moet je op letten als jouw baby verkouden is? Wanneer bel je je huisarts? Onze kinderarts Roel Lubbers vertelt je precies wat je moet weten.

Roel Lubbers werkt sinds 2008 als kinderarts in het Beatrixziekenhuis. Ieder jaar houden hij en zijn directe collega’s rekening met grote druk op de kinderafdeling wanneer de R weer in de maand zit en het RS-virus kan toeslaan.
Roel Lubbers: ‘Het RS-virus is eigenlijk een verkoudheidsvirus, zoals er zo veel verkoudheidsvirussen zijn. Het kan een normale verkoudheid veroorzaken, ook bij baby’s. Maar we zien dat baby’s ernstiger ziek kunnen worden van dit virus, waarbij er een soort virusontsteking van de kleine luchtwegtakjes in de longen ontstaat. De medische term voor dit beeld is ‘bronchiolitis’. Zo’n bronchiolitis kan benauwdheid veroorzaken, en daarbij kan het nodig zijn dat we het kind moeten opnemen op de kinderafdeling voor ondersteunende behandeling met onder meer extra zuurstof en sondevoeding. Een enkele keer wordt een baby zo benauwd dat we moeten overplaatsen naar een Intensive Care voor kinderen in een academisch ziekenhuis. Gelukkig komt dit maar zelden voor.

Waar let je als ouder op?
Roel Lubbers: ‘Als je baby verkouden is, dan hoef je niet direct naar de huisarts. Baby’s ademen door hun neus, dus het is wel belangrijk om het neusje vrij te houden. Koop dus een zoutoplossing bij de apotheek of drogist en zorg dat je het neusje zo goed mogelijk open houdt, zo nodig voor elke voeding. Pas bij tekenen die op een ernstigere infectie duiden, is het verstandig de huisarts te bellen.’

Maar hoe maak je het onderscheid, wat zijn die tekenen van een ernstigere infectie? Is het niet lastig om te zien of je baby ‘gewoon’ verkouden is, of mogelijk ernstiger ziek? Lubbers: ‘Zo’n bronchiolitis kan benauwdheid veroorzaken, waarbij de baby harder moet werken voor de ademhaling. Ademhalen kost dan heel veel energie. Het gevolg kan zijn dat je baby moeite krijgt met drinken, want de inspanning van drinken vraagt dan domweg teveel energie. Dus krijgt je baby moeite met drinken? Lukt het niet meer om de fles leeg te drinken? Dan is dat een belangrijk signaal. Ook kan je aan de borst en buik van je kindje zien of ademhalen meer moeite kost. Als de ademhaling erg snel is, er zwoegend uit ziet, of bij een kreunende ademhaling, is het belangrijk om niet te wachten en de huisarts te bellen.’

Behandeling in het ziekenhuis
‘Een medicijn om een infectie met RS-virus te behandelen is er nog niet, het kind moet zelf het virus overwinnen. Maar in het ziekenhuis kunnen we baby’s wel goed ondersteunen’, vertelt Roel. ‘We spoelen dan de neus frequent met zoutoplossing om deze zo goed mogelijk open te houden. Soms moeten we extra zuurstof geven, en soms ook sondevoeding als het zelf drinken teveel energie kost.’

Mondkapjes

Mondkapjes

Conform het overheidsbesluit van 30-09-2020 waarin een dringend advies wordt gegeven om mondkapjes te dragen in publiek toegankelijke binnenruimtes en bij de uitvoering van contactberoepen hebben wij besloten om per maandag 05-10-2020 dit advies op te volgen. Dat betekent dat wij, als zorgverleners, bij elk contact waarbij niet 1,5 meter afstand gehouden kan worden een mondkapje zullen dragen. Tegelijk verzoeken wij u om dit ook te doen. Aangezien het een advies is kunnen wij u hiertoe niet dwingen, maar wij hopen hierbij op uw vrijwillige medewerking.

Dringend advies tot dragen van mondkapjes

Sinds het Kamerdebat van woensdag 30 september, is breed draagvlak om te besluiten tot een eenduidig landelijk advies, voor het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimtes.

Lees het nieuwsbericht van 2 oktober in eenvoudige taal.

Vanaf dat moment geldt het dringende advies aan alle mensen vanaf 13 jaar om (niet-medische) mondkapjes te dragen in publiek toegankelijke binnenruimtes zoals:

  • winkels, musea, gemeentehuizen, stations, vliegvelden, parkeergarages, benzinestations;
  • restaurants, cafés, theaters en concertzalen;
  • bij de uitvoering van contactberoepen, zowel voor de dienstverlener als de klant.

Het betreft geen verplichting, maar is wel een dringend advies. In een aantal gevallen is het dragen van een mondkapje niet goed mogelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die door een medische reden of andere beperkingen het mondkapje niet kunnen dragen. Maar ook tijdens het beoefenen van een sport is het dragen van een mondkapje meestal niet mogelijk.

Mondkapjes

Het gaat hierbij om niet-medische mondkapjes. Medische mondmaskers zijn uitsluitend bedoeld voor het gebruik in de zorg. Bezoekers van een publiek toegankelijke binnenruimte moeten zelf zorgen voor een mondkapje. Van beheerders van publiek toegankelijke binnenruimtes wordt niet verwacht, dat hij of zij zijn bezoekers van mondkapjes voorziet. In overleg met gemeenten wordt gekeken hoe minima kunnen worden voorzien van mondkapjes. De uitwerking hiervan ligt bij gemeenten en aangesloten partners. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voedselbanken. 

Waar wel, waar niet

Voor alle publieke en openbare binnenruimtes waarbij men staand (op een niet aangewezen plek) of lopend verblijft, geldt het advies om het mondkapje continu te dragen. Voor locaties waarbij men een vaste plek heeft, zoals in restaurants of theaters, kan het mondkapje worden afgezet op de aangewezen plek. Dit altijd mits aan de 1,5 meter norm kan worden voldaan. Zodra iemand de aangewezen plek verlaat, bijvoorbeeld voor toiletbezoek, wordt geadviseerd het mondkapje weer op te zetten.

Voor locaties die deels overdekt zijn en zich deels in de openlucht bevinden, geldt het advies om mondkapjes te dragen, voor de gedeelten waar sprake is van een overkapping. Ten aanzien van locaties die over zowel binnen- als buitenlocaties beschikken (zoals bijvoorbeeld stations, maar ook dierentuinen en pretparken) geldt dat wordt geadviseerd om het mondkapje zo min mogelijk op en af te zetten, ook als bezoekers zich in de buitenlucht bevinden. Ditzelfde geldt voor winkelend publiek dat van de ene naar de andere winkel gaat. Het veelvuldig op- en afdoen van een mondkapje verhoogt immers het risico op besmetting.

Naleving

Het is aan de beheerder van een publiek toegankelijke binnenruimte om te bepalen of dit advies wordt overgenomen en of dit advies onderdeel wordt van de eigen huisregels. Het is vervolgens ook aan de beheerder om te bepalen of bezoekers van de binnenruimte gehouden worden aan dit advies. Indien de beheerder op basis van het advies besluit tot het voorschrijven van het dragen van een mondkapje bij betreding van de locatie, is het tevens aan de beheerder om toe te zien op naleving van dit voorschrift. 

Verplichting

In een aantal gevallen geldt er al een mondkapjesplicht. Op Schiphol zijn een aantal plaatsen aangewezen waar het gebruik van mondkapjes verplicht is. Dit blijft zo en verandert niet in een dringend advies. Ook voor het openbaar vervoer en overig vervoer van A naar B (taxi’s, busjes) geldt nog altijd een mondkapjesplicht. Dit blijft zo. Voor de volledigheid geldt in de auto (en ander privévervoer) dat: een mondkapje wordt geadviseerd wanneer meerdere mensen in één autoreizen en zij niet tot hetzelfde huishouden behoren, tenzij het een vaste chauffeur betreft.

Nieuwe adviezen tegen het coronavirus in Nederland

Nieuwe adviezen tegen het coronavirus in Nederland

Blijf thuis als u klachten heeft!

coronavirus

Vooral 70-plussers en mensen met een chronische ziekte kunnen erg ziek worden. Zij worden meestal getest bij koorts en hoesten of moeilijk ademen. Gezonde, jongere mensen hoeven meestal niet getest te worden. 

Probeer te voorkomen dat u het virus krijgt of aan anderen geeft. Bekijk in deze Thuisarts-film wat u zelf kunt doen.

  • Was uw handen vaak met water en zeep. Maak ze droog met een papieren handdoekje. Gooi dit weg.
  • Hoest en nies in de binnenkant van uw elleboog.
  • Raak zo min mogelijk uw ogen, neus en mond aan.
  • Gebruik papieren zakdoekjes om uw neus te snuiten. Gooi de zakdoekjes gelijk weg.
  • Blijf op 2 meter afstand van mensen die hoesten en niezen.
  • Geef anderen geen hand.
  • Werk thuis als dat kan.
  • Ga niet naar plekken waar meer dan 100 mensen bij elkaar zijn.
  • Blijf thuis bij klachten (verkoudheid, hoesten, keelpijn, koorts). U hoeft niet getest te worden als u verder gezond bent. Blijf thuis tot u 24 uur geen klachten heeft.

Bent u ouder dan 70, heeft u een chronische ziekte of minder weerstand? Bel dan direct uw huisarts of huisartsenpost als u:

Bij vragen: bel 0800-1351.
U kunt kijken op Thuisarts.nl voor de laatste informatie.

Coronavirus nieuws

Coronavirus nieuws

Het Beatrixziekenhuis in Gorinchem en de Lingepolikliniek Leerdam zijn tijdelijk gesloten voor nieuwe patiënten en bezoekers. Aanleiding is het verblijf van een patiënt die positief is getest op het coronavirus. Deze patiënt verbleef van 21 februari tot en met 28 februari op de intensive care van het Beatrixziekenhuis. De patiënt is vrijdag 28 februari overgebracht naar het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Voor mensen uit de regio Gorinchem gelden geen andere voorzorgsmaatregelen dan in andere regio’s van Nederland. Mensen die in contact zijn geweest met de coronapatiënt uit het Beatrixziekenhuis en/ of op de intensive care zijn geweest van 21 tot en met 28 februari zijn benaderd. Mensen die bezorgd zijn en in het Beatrixziekenhuis zijn geweest (op bezoek of voor een doktersbezoek) mogen de Rivas Zorglijn bellen (telefoon: 0900-8440)

Wanneer moet u wat doen?

Blijf thuis als alle onderstaande 2 dingen voor u kloppen:

  1. U bent in China, Iran, Singapore, Zuid-Korea of Noord-Italië geweest
  2. U heeft klachten: verkoudheid, hoesten of niezen.  

Bel direct onze praktijk of de huisartsenpost als alle onderstaande 3 dingen voor u kloppen:

  1. U bent in China, Iran, Singapore, Zuid-Korea of Noord-Italië geweest óf bij iemand die het coronavirus heeft.
  2. U heeft koorts (38 graden of hoger).
  3. U hoest of ademt moeilijk.

Mensen met vragen over corona kunnen bellen met het landelijk informatienummer 0800-1351

Voor actuele informatie kijk op www.rivm.nl/coronavirus/covid-19

Urogynaecologie boek voor de eerste lijn

Urogynaecologie boek voor de eerste lijn

Boek urogynaecologie MarcoGisteren vond de uitreiking plaats van het eerste exemplaar van het nieuwe (en enige) boek over urogynaecologie voor de eerste lijn. Bedoeld voor huisartsen en andere zorgprofessionals. De hoofdstukken in het boek werden geschreven door meerdere auteurs. Ik mocht het hoofdstuk betreffende gynaecologische echografie voor mijn rekening nemen. Hieronder het persbericht van de uitgever.

Feestelijke presentatie nieuw boek Urogynaecologie

Op donderdag 7 november is het eerste exemplaar van het nieuwe boek Urogynaecologie door de redacteuren van het boek, prof. dr. Toine Lagro-Jansen en dr. Doreth Teunissen, overhandigd aan Jannet Vaessen, directeur Women Inc.  

De boekpresentatie vond plaats na afloop van de kaderdag van de Kaderhuisartsen Urogynaecologie, in Beekbergen, waar zo’n 50 kaderhuisartsen aanwezig waren.

Foto links: v.l.n.r. prof. dr. Toine Lagro-Jansen, Jannet Vaessen, directeur Women Inc. en dr. Doreth Teunissen;
Foto rechts: de Urogyn Quiz door prof. dr. Toine Lagro-Jansen en dr. Doreth Teunissen.

Het eerste exemplaar van het boek werd in ontvangst genomen door Jannet Vaessen van Women Inc. Zij vertelde over de inspanningen van Women Inc voor een gendersensitieve gezondheidszorg. Ze verwees daarbij onder andere naar de Alliantie Gender & Gezondheid, een interdisciplinair samenwerkingsverband van hoogleraren, medisch specialisten, beleidsmakers en andere zorgprofessionals.

Waardevolle informatie voor de huisarts

Het boek helpt huisartsen bij de diagnostiek en behandeling van 35 veelvoorkomende urologische en gynaecologisch klachten, nieuwe thema’s en ontwikkelingen, en praktische handvatten.

Prof. dr. Toine Lagro-Jansen.

Toine Lagro-Jansen: “De huisarts komt steeds meer in aanraking met specifieke urogynaecologische thema’s als genderdiscongruentie (transseksualiteit), vrouwenbesnijdenis en seksueel misbruik, maar vaak weet men niet hoe hiermee om te gaan en ook ontbreekt het de huisarts vaak aan relevante informatie. Dit was voor ons aanleiding om een boek te schrijven over urogynaecologie met aandacht voor diagnostiek en behandeling van de meest voorkomende urologische en gynaecologische klachten in de eerste lijn.”

“Het boek is een handig naslagwerk voor de dagelijkse praktijk waarbij we inzichten en verdiepende informatie bieden die aansluiten op de NHG-Standaarden. In veel hoofdstukken wordt ingegaan op nieuwe ontwikkelingen en behandeling in de tweede lijn”, aldus Toine Lagro-Jansen.

Doreth Teunissen: “De belangrijkste bevindingen zijn dat klachten van de genitale organen en de reproductie bij mannen en vrouwen veelvoorkomende klachten in de huisartspraktijk zijn. De huisarts speelt als hulpverlener een belangrijke rol in goede zorg.”

Voor alle (eerstelijns) zorgprofessionals

Het is het eerste (leer)boek over dit onderwerp dat zich specifiek richt op professionals in de eerstelijnszorg en tevens interessant is voor andere zorgprofessionals.

Auteurs

De auteurs zijn voor een belangrijk deel kaderopgeleide huisartsen urogynaecologie, aangevuld met huisartsen en specialisten uit de tweede lijn met een speciaal aandachtsgebied. Alles onder redactie van prof. dr. Toine Lagro-Janssen, em hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en kaderhuisarts urogynaecologie np en dr. Doreth Teunissen, huisarts/senior onderzoeker en coördinator kaderopleiding uro-gynaecologie.

 
  • Diagnostiek en behandeling van 35 veelvoorkomende urologische en gynaecologisch klachten.
  • Aandacht aan nieuwe thema’s en ontwikkelingen.
  • Praktische handvatten.
  • Urogynaecologie is bedoeld voor huisartsen maar tevens geschikt voor andere zorgprofessionals.

Meer informatie en bestellen boek Urogynaecologie:
Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum
ISBN/ISSN 9789036824088
G
ebonden uitgave | 601 pagina’s
Prijs: € 69,95

Rumoer onder huisartsen over nieuwe richtlijn voor behandeling te hoog LDL-cholesterol

Rumoer onder huisartsen over nieuwe richtlijn voor behandeling te hoog LDL-cholesterol

Een nieuwe richtlijn over de behandeling van een te hoog LDL-cholesterol in ons bloed kan grote gevolgen, zo bericht de Volkskrant in een uitgebreid artikel. Een miljoen mensen extra zouden aan de cholesterolverlagers moeten. ‘Dit is de invloed van de big pharma’, zeggen kritisch huisartsen.

Bijwerkingen statines
Een miljoen mensen hebben een te hoog cholesterol. Acht jaar lang was het criterium voor te hoge of te lage cholesterol het getalletje 2,5. Tot twee maanden geleden. Sindsdien is 2,3 opeens geen gezonde waarde meer, maar moet het LDL volgens een nieuwe richtlijn verder omlaag, naar 1,8. Het betekent: nog meer op het dieet letten, nog meer medicijnen. Tussen de half en een miljoen patiënten krijgen er mogelijk mee te maken. Het zijn mensen met hart- en vaatziekten (1,6 miljoen in 2017 volgens gezondheidsinstituut Nivel) die nog geen 70 jaar oud zijn.
Belachelijk, vinden diverse verontruste huisartsen. Het aantal infarcten dat je voorkomt, staat niet in verhouding tot de nadelen, zoals meer bijwerkingen door de statines. Ze wijzen er ook op dat het wel heel toevallig is dat farmaceuten net veel duurdere cholesterolremmers op de markt hebben gebracht. Ook saillant: de twee cardiologen in de commissie die de nieuwe richtlijn vaststelde, ontvingen de afgelopen jaren duizenden euro’s van geneesmiddelenfabrikant Amgen, die een van de nieuwe remmers maakt.

Gewraakte richtlijn
De gewraakte richtlijn waar het om draait is de herziende zogenoemde multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CVRM). Hierin staat welke behandelprotocollen huisartsen, cardiologen en internisten kunnen volgen bij patiënten met hart- en vaatziekten en bij mensen die daar een grotere kans op hebben. Bijvoorbeeld door een hoge bloeddruk of een verhoogd LDL-cholesterol.
Dit ‘slechte’ LDL-cholesterol mag in het bloed van hart- en vaatpatiënten die bijvoorbeeld eerder een beroerte of hartaanval hebben gehad − nog maar 1,8 millimol per liter zijn, volgens de nieuwe leidraad. Dat streefgetal hanteren cardiologen al langer, maar huisartsen niet. In hun richtlijnen was de ‘gezonde’ grenswaarde een stuk hoger, 2,5.

Nieuwe gezamenlijke afspraken
Dat verschil is verwarrend, voor zowel arts als patiënt, vonden de vakverenigingen van huisartsen, cardiologen en internisten. Het was een van de redenen dat ze in de nieuwe, gezamenlijke afspraken de ideale LDL-waarden gelijk wilden trekken, voor alle medische behandelaars.
Huisarts Hans van der Linde is sceptisch over de nieuwe grenswaarde van 1,8. ‘De enigen die daar baat bij hebben zijn de medicijnfabrikanten.’ De huisarts uit Capelle aan den IJssel ageert al jaren tegen de farmaceutische industrie en laat ook dit keer van zich horen, via een mail aan duizenden artsen die ook bij de Volkskrant terechtkwam.
Van der Linde doelt op de krachtige maar dure cholesterolverlagers die pas sinds een paar jaar op de markt zijn, de zogeheten PCSK9-remmers. Deze medicijnen − waarvan de langetermijneffecten nog onbekend zijn − vormen een mogelijk lucratief alternatief voor de statines. Die geven namelijk geregeld bijwerkingen, zoals spierpijn. PCSK9-remmers kosten rond de 6.000 euro per jaar per patiënt, tegen zo’n 100 euro voor statines en vergelijkbare patentvrije medicijnen.
De nieuwe CVRM-richtlijn is niet verrassend, vindt Van der Linde, want ‘zeven van de twaalf commissieleden hebben banden met farmaceutische bedrijven’.
Op sociale media zijn meer mensen Van der Lindes mening toegedaan. ‘Je moet wel heel naïef zijn om hier niet de invloed van de big farma te herkennen’, schrijft bijvoorbeeld Patrick Albert, huisarts in Reuver, op Twitter. Hoeveel huisartsen deze zorg precies delen, is onduidelijk. Huisartsenvereniging NHG krijgt ‘misschien twee of drie’ verontruste telefoontjes per dag van leden, zegt woordvoerder Jako Burgers.

Verwaarloosbaar
De gezondheidswinst door die nieuwe richtlijn is sowieso ‘verwaarloosbaar’, meent de kritische huisarts Hans van der Linde, terwijl het aantal klachten over bijwerkingen van statines alleen maar verder zal toenemen. ‘Wetenschappelijk bewijs voor deze aanpassing ontbreekt, dat staat letterlijk in de richtlijn!’, licht hij telefonisch toe. Van der Linde deelt daarmee de kritiek van consumentenprogramma Radar, dat onlangs twee uitzendingen wijdde aan het nut en de bijwerkingen van cholesterolverlagers.
Inderdaad staat op pagina 246 van de richtlijn dat er nooit rechtstreeks vergelijkend onderzoek is gedaan naar de effecten van verschillende LDL-waarden op het voorkomen van hart- en vaatziektes. Zo’n vergelijkend onderzoek geldt als de ‘gouden’ onderzoeksstandaard in de medische wetenschap.
Dat is niet onoverkomelijk, benadrukt huisarts Karen Konings, die als commissielid namens het NHG meeschreef aan de nieuwe leidraad. Meerdere studies laten op een indirecte manier zien dat lage LDL-waarden een beschermend effect hebben, legt ze uit. Zo laat een aantal studies zien dat een intensievere behandeling, met meer cholesterolverlagers, tot minder hart- en vaatincidenten zoals beroerten leidt dan een normale behandeling. ‘Dat noemen we redelijk bewijs, en lichten we ook uitgebreid toe.’

Op basis van deze indirecte aanwijzingen berekent de commissie dat een LDL-waarde van 1,8 tot 13 procent minder hartaanvallen en beroertes leidt dan wanneer de streefwaarde 2,5 is. Tot minder doden leidt het vreemd genoeg niet, bleek uit een literatuuranalyse. Konings: ‘De meeste mensen overleven zulke gebeurtenissen gelukkig. Hun kwaliteit van leven gaat dan vaak wel achteruit natuurlijk.’ Meer medicatie betekent ook meer bijwerkingen, geeft Konings toe. ‘Stramheid van spieren komt voor bij ongeveer een op de zeven statinegebruikers.’

Conflicterende belangen
De twee cardiologen in de commissie die de nieuwe richtlijn voor cholesterolverlagers heeft vastgesteld, hebben geld ontvangen van Amgen, de fabrikant van Repatha, een van de nieuwe remmers. Dat blijkt uit het Transparantieregister Zorg, waar bedrijven betalingen aan medici moeten melden. Het gaat om zo’n 5.000 euro in totaal, in 2016 en 2017.
Klopt, zegt Fabrice Martens, een van de twee cardiologen, in een telefonische reactie maar dat betekent volgens hem niet dat hij voor het karretje van Amgen is gespannen. ‘Ik heb geen aandelen ofzo. Dit soort farmaceuten sponsort congressen voor bijvoorbeeld nascholing van huisartsen. Daar geef ik soms lezingen vanwege mijn expertise.’ Het is niet meer dan logisch om daar een vergoeding voor te krijgen, vindt de Deventer cardioloog, vanwege de voorbereidingstijd.
Ook beroepsverenigingen NVVC en NHG ontkennen dat er sprake is van belangenverstrengeling. ‘Alle commissieleden hebben een belangenverklaring getekend die is getoetst door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en het NHG’, schrijft het NVVC. Bovendien, zeggen NVVC en NHG, is de nieuwe richtlijn opgesteld op basis van consensus, wetenschappelijk onderbouwd, én voor commentaar en goedkeuring voorgelegd aan talloze organisaties en professionals in de zorg.